advertentie
Jeffrey had een moeilijke jeugd, nu zet hij zich in tegen geweld onder jongeren
Zijn opa en vader werden in hun jeugd verwaarloosd en uit huis geplaatst. Voor Jeffrey Jhanjan liep het gelukkig anders. De Schiedammer werkt bij de reclassering en breekt een lans voor jongeren die dreigen te ontsporen. Rijnmond sprak met hem. Ze spreken Jhanjan (38) naar aanleiding van de geweldsgolf in zijn eigen woonplaats.
door redactie
maandag 02 maart 2026 20:02
Staand voor het voormalige weeshuis in het centrum van Schiedam, vertelt Jeffrey over zijn familiegeschiedenis. Hij wijst naar de twee beelden in weeshuiskleding (Jan en Kaat) bovenop het gebouw: “Die doen me denken aan mijn opa,” zegt Jhanjan. “Na de oorlog groeide hij op in dit gebouw.”

In het Schiedamse Weeshuis der Hervormden groeide Jeffrey Jhanjans opa op © Rijnmond
“Vroeger begreep ik nooit waarom mijn opa altijd huilend wegliep als we naar films als Kruimeltje of Ciske de Rat keken. Later begreep ik dat het hem herinnerde aan zijn eigen jeugd. Hij groeide op zonder vader, werd verwaarloosd door zijn moeder en was thuis onhandelbaar. Na een vechtpartij op school werd hij uit huis geplaatst.”
Opvallend genoeg groeide ook Jhanjans vader op in hetzelfde complex, in een jeugdinrichting aan de achterkant van het gebouw. Zijn vader liep meerdere keren van huis weg en volgde hier een kamertraining.
Ander pad
Jhanjan koos voor een ander pad. Hij ging studeren en werkt inmiddels al 12,5 jaar bij reclasseringsinstantie Fivoor in Den Haag. Daarnaast is hij promovendus aan de Universiteit Leiden, waar hij onder meer onderzoek doet naar jeugdcriminaliteit en straatcultuur. Toch had het ook bij hem anders kunnen lopen. Jhanjan had een lastige jeugd. Hij groeide op zonder biologische vader, haalde veel kattenkwaad uit en luisterde slecht naar zijn leraren.
De basisschool in Schiedam-Oost gaf hem een vmbo-kader advies. Toen zijn Cito-toets veel hoger uitviel, belandde hij op het atheneum. “Dat ging eerst goed, tot ik problemen thuis kreeg. Ik hing liever op straat of in de kroeg en wilde niet meer leren. Ik werd een boze puber en belandde op de havo. Daar zakte ik meermaals voor mijn eindexamen.”
Risicofactoren
Een mislukte schoolcarrière is volgens Jhanjan een belangrijke voorspeller om in de criminaliteit te belanden. Ook langdurige werkloosheid, armoede, opgroeien in een gebroken gezin en psychische en/of verslavingsproblemen bij ouders zijn risicofactoren.
Zijn eigen jeugd was met twee echtscheidingen ook niet altijd stabiel. “Maar mijn moeder en stiefvader hebben me naar beste kunnen opgevoed en er voor gezorgd dat de familiegeschiedenis zich niet heeft herhaald.”

De criminele achterstandsbuurt rondom de Parkweg is afgebroken en opgeknapt © Rijnmond
Anderen ontspoorden wél
Als puber groeide hij op in de wijk Nieuwland. Daar zag hij hoe andere jongeren wél ontspoorden. De naoorlogse flats zijn inmiddels afgebroken en het straatbeeld is verbeterd. Dat was destijds wel anders. “Rond de Parkweg werd toen veel in drugs gehandeld en gebruikt. Het was een harde wereld. Jongeren experimenteerden met criminaliteit. Zo verwierven ze op straat een status die ze op school of met werk niet konden bereiken.”
In de buurt waren soms (dodelijke) steek- en schietpartijen. “Dat maakte indruk. Het was niet het leven wat ik voor mezelf wilde, maar het fascineerde me wel. Zo ontstond al vroeg mijn belangstelling voor deze doelgroep en leefwereld.”
Rapmuziek
Twintig jaar geleden maakte Jhanjan rapmuziek. Als onderzoeker luistert hij nu ook vaak naar muziek van jongeren waarin ze hun frustraties uiten. "Eén clip zegt soms meer dan tien meldplichten." Uit de speaker klinkt zijn nummer:
"Ik ben geen straatrat, maar ik ken er de weg. Heb je een fittie in Schiedam pap, ja dan heb je pech. Ik ben een simpele baas, ben een mengelmoes van roti en kaas. Smoke me kapot en zuip me lam, ey yo, welkom in Schiedam."
Jhanjan behaalde met vallen en opstaan alsnog zijn hbo-diploma, gevolgd door een master Forensisch Sociale Professional. Tegenwoordig doet hij onderzoek en geeft hij lezingen en trainingen over straatcriminaliteit, sociale media, (jeugd)reclassering. In zijn werk laat hij zien dat een moeilijke jeugd of straatcultuur niet automatisch leidt tot crimineel gedrag of geweld.
Jhanjan: “Het gaat om een opeenstapeling van risicofactoren. Naast leefomstandigheden speelt soms ook het karakter van de jongere een rol. In de reclassering zien we veel jongeren met een gedragsstoornis, een gebrekkige gewetensontwikkeling of (licht) verstandelijke beperking. Anderen zijn impulsief aangelegd, verslaafd of hebben agressieproblemen.”

"Als maatschappij moeten we om onze jongeren gaan staan,'' zegt Jeffrey Jhanjan © Rijnmond
Ook sociale media en films kunnen volgens hem bijdragen aan de normalisering van crimineel gedrag. “Hierin wordt soms een onrealistisch, materialistisch wereldbeeld geschetst waar veel jongeren gevoelig voor zijn. Veel geld en designerkleding zijn statusverhogend, zeker op straat. Sommige jongeren denken dat een luxe leven alle pijn uit het verleden kan goedmaken. Als ze die levensstijl niet zelf kunnen betalen, zijn ze vatbaar voor criminaliteit.”
Golf van geweld
Schiedam heeft recent te maken met een geweldsgolf onder jongeren. Jhanjan volgt het nieuws over de reeks roofovervallen en steekpartijen in zijn eigen stad op de voet. De gemeente probeert met een actieplan het geweld terug te dringen. Jongeren worden met hun ouders uitgenodigd voor een preventief gesprek met de burgemeester en politie. En er zijn nieuwe projecten gestart om ontsporing te voorkomen.
Als professional én jonge vader begrijpt hij de zorgen, maar hij waarschuwt ook voor het beeld dat kan ontstaan. “Alsof het helemaal mis is met alle jongeren in Schiedam. Ja, de criminaliteitscijfers zijn zorgelijk, maar er staat echt niet op elke hoek een gewelddadige jeugdbende. Juist door alleen op criminaliteit in te zoomen, maak je jongeren angstig. Het kan het er juist toe leiden dat ze zich naar dat label gaan gedragen, als je geen hoop op toekomstperspectief biedt.”
Wonen, werken en wederhelft
Wanneer het toch misgaat en jongeren in de gevangenis belanden, dan komt de reclassering in beeld. Bij Fivoor begeleiden en controleren medewerkers jongeren na detentie om herhaling te voorkomen. Elk traject is maatwerk en oplossingsgericht, gebaseerd op de drie W’s: wonen, werk en wederhelft. “Een veilige woonomgeving, betekenisvol werk en een liefdevolle partner kunnen helpen uit de criminaliteit te stappen.”
Jhanjan: “Als reclasseringsmedewerker kijk je altijd naar risicofactoren die delictgedrag kunnen uitlokken. Heeft iemand bijvoorbeeld schulden, dan zetten we schulphulpverlening in. Zijn er psychische problemen, dan zoeken we een behandeling of medicatie. En als iemand niet thuis kan wonen, kijken we naar een begeleide woonvorm.”
Jeugd-TBS
De reclassering is niet naïef: sommige jongeren houden zich niet aan hun voorwaarden en blijven crimineel gedrag vertonen. Bij ernstige delicten volgt dan een stevige reactie vanuit het jeugdstrafrecht: jeugddetentie met een PIJ-maatregel (beter bekend als Jeugd-TBS). Als ze vrijkomen, krijgen ze vaak gedwongen hulpverlening en een contact- of locatieverbod in combinatie met een enkelband. Zo wordt rekening gehouden met de maatschappelijke onrust en het leed dat slachtoffers en nabestaanden is aangedaan.
Het stimuleren van talent en ambities werkt beter dan enkel straf, ziet Jhanjan dagelijks. “Ik zie jongeren die goed kunnen praten, uitblinken in sport en echt een vak willen leren. Ze willen kapper worden, de muziekindustrie in of een studie volgen. Het zou tof zijn als ze hier ook zingeving in vinden.”
Sommige oudere, stabiele jongeren geven lezingen over hun detentieverleden en laten andere jongeren zien dat het loont om te werken voor je geld. Hij pleit voor de inzet van deze leefwereld-experts. “Zij kennen het straatleven beter dan professionals. Laat ze meedenken en betaal ze daar ook voor.”
De beste versie
Daarnaast hoopt hij dat de Schiedamse gemeenschap de jongeren ondersteunt en dat werkgevers hen, eventueel via een proefplaatsing, een kans geven. “Jeugdcriminaliteit is een maatschappelijk probleem, van ons allemaal dus. Dat kunnen we niet alleen op die jongeren afschuiven. Kijk naar de persoon en zijn talenten. Als ze echt willen meedoen in de maatschappij, straf ze dan niet opnieuw door ze uit te sluiten, maar laat ze de beste versie van zichzelf worden.”
Hij besluit met een tekst van de Schiedamse dichter en wethouder Jarle Lourens: “Er hoeft maar één iemand te zijn die een hand op je schouder legt en zegt: hé, ik geloof in jou.”
Dit is een artikel van onze mediapartner Rijnmond.


