advertentie
Vader verdacht van mishandeling kinderen, werden geslagen met riem
Hulpverleners halen op 11 augustus 2020 drie kinderen, van toen 10, 6 en 3 jaar, uit hun woning in de Vlaardingse Oostwijk, na toestemming van de kinderrechter. Ambulancepersoneel noemt de toestand van de kinderen schokkend. Een hoofdwond, een kind dat bloed ophoest door een verwaarloosde keelontsteking, en een peuter met een ernstige ontwikkelingsachterstand. Donderdag 9 april staat hun vader terecht voor ernstige verwaarlozing en mishandeling.
door Juliet Heinsbroek
donderdag 09 april 2026 17:50
“Doordeweeks werkte ik keihard voor mijn kinderen, in de naam van Jezus”, klinken een van de eerste woorden die de vader uitschreeuwt over de zaak terwijl hij met zijn hand naar zijn hart grijpt en die vervolgens in de lucht steekt als teken om tot de heer te spreken. “Ik kocht dingen voor ze en dan waren ze verrast. Ik nam ze mee naar Drievliet of het Kralingse Bos.”
‘Ga naar je kamer’
Op het eerste ogenblik lijkt de man wat verward en bovendien verdrietig om het verlies van zijn vriendin, tevens de vrouw waar hij twee van de drie vermeend mishandelde kinderen mee kreeg, die in 2024 overleed. Op de vraag van de rechter hoe hij omging met de kinderen als ze niet luisterden, antwoordt hij: “Dan zei ik: ga naar je kamer! Zo ging ik met ze om. Ik sloeg ze nooit.”
Maar volgens het Openbaar Ministerie (OM) is het tegendeel waar. Uit verklaringen van de kinderen, medische gegevens en rapportages blijkt een structureel patroon van mishandeling en verwaarlozing. Zo had de dochter een onbehandelde hoofdwond nadat een glazen parfumfles tegen haar hoofd was gegooid. De zesjarige zoon heeft littekens en er zaten brandplekken op zijn lichaam, die volgens het OM passend zijn bij toegebracht letsel. Het driejarige zoontje werd ook niet goed verzorgd. Hij zou vaak met een volle luier naar de opvang worden gebracht. Ook mist hij een tand.
Geslagen met riem
Na een opsomming van de feiten waar de vader van wordt verdacht kijkt de rechter hem ernstig aan. Hij stelt de man een paar vragen over hoe het er bij het gezin thuis aan de 2e van Leyden Gaelstraat aan toe ging. “Was u veel thuis?” of “Hoe zorgde u voor de kinderen?” Het antwoord luidt dat hij enkel in de weekenden bij zijn vriendin, kinderen en stiefdochter was, want doordeweeks was hij aan het werk. “Ik heb keihard gezweet en gewerkt voor mijn kinderen.” Op de vraag of hij wel eens een luier verschoonde, antwoordt de verdachte: “Ja, natuurlijk verschoonde ik wel eens een luier. Ik ben een man.”
De kinderen verklaren dat zij regelmatig werden geslagen met handen, vuisten en riemen. Dit zou vaak gebeuren als er drank in het spel was. Het oudste jongetje verklaart bij een psycholoog dat hij zag hoe zijn zus werd geslagen onder het bed en zelf ook werd mishandeld met een riem. Het meisje beschrijft hoe zij bloedneuzen kreeg en soms moeite had met ademhalen na geweld door haar stiefvader. Ook zagen zij hoe hun moeder werd geslagen.
Bovendien werd het de kinderen opgelegd dat ze niets mochten vertellen over de mishandelingen. Als zij dit wel zouden doen zouden spoken en de duivel hen komen halen.
’s Winters naar school in een korte broek zonder jas
Naast de fysieke mishandeling stelt de officier van justitie dat er gedurende een periode van acht jaar ook sprake was van psychische mishandeling. De kinderen kwamen structureel zonder ontbijt op school, droegen onvoldoende kleding, zoals een korte broek in de winter zonder jas, en kregen niet tijdig medische zorg.
Volgens het Openbaar Ministerie is er voldoende bewijs dat mishandeling en verwaarlozing in een deel van de onderzochte periode kan worden bewezen. De kinderen zijn “voor het leven getekend” door het geweld en de verwaarlozing. Zij kampen met blijvend trauma en schade die mogelijk nooit volledig herstelt. De verdachte wordt verweten dat hij actief heeft bijgedragen aan het in stand houden van deze onveilige situatie en zijn eigen rol daarin kleiner heeft gemaakt.
‘Zijn rol was beperkt in het gezin’
De advocaat van de verdachte deelt de visie van het OM niet. Hij pleit voor vrijspraak en probeert vooral aandacht te vestigen op de schuld van de moeder. De advocaat betoogt dat de verdachte volgens de wet geen gezag had over de kinderen en dat de moeder dit droeg. Dat zou besloten zijn bij een jeugdzorgzaak in 2014. “Hij maakte geen volwaardig onderdeel uit van het gezin, zijn rol was beperkt”, aldus de advocaat.
Ook wijst hij op de leeftijd van de kinderen ten tijde van de gebeurtenissen. Zij zouden op jonge leeftijd hebben verklaard over situaties van jaren eerder, waardoor hun herinneringen volgens de advocaat gekleurd en onbetrouwbaar kunnen zijn. Volgens de advocaat kunnen gedragingen door kinderen anders zijn geïnterpreteerd dan het daadwerkelijk is.
‘Wat is de rol van jeugdzorg?’
Ook vindt de advocaat dat schuld van de mogelijke mishandeling bij de moeder ligt, niet bij de vader. Ook sprak hij zijn twijfels uit over de jeugdzorg. “Wat is de rol van de jeugdzorg?”, vraagt hij zich af. Dit omdat de organisatie volgens de advocaat al langer bij het gezin kwam, maar geen duidelijke signalen van mishandeling zag. Als laatst stelt hij dat conclusies over het onthouden van medische zorg niet hard te maken zijn, mede omdat er geen verslagen van huisartsen hierover te vinden zijn.
‘Meer onmacht dan onwil’
De officier van justitie vindt dat er rekening gehouden moet worden dat de verdachte hersenletsel heeft opgelopen in 1991 en hierdoor verminderd toerekeningsvatbaar is. Het OM neemt het advies van instanties over om dit in sterk verminderde mate mee te wegen: “We zien bij meneer meer onmacht dan onwil.”
Een van de kinderen richt, via zijn advocaat, nog een aantal woorden tot de zaal: “Hij deed wel zijn best.” En die woorden lijkt het OM mee te nemen. Zo stelt de officier van justitie dat risico op herhaling volgens de reclassering laag is en het te lang heeft geduurd voordat de zaak voor de rechter is gekomen. “Dat beseffen wij ons en bieden wij onze excuses voor aan”, laat de officier van justitie weten.
In plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf eist het OM daarom een taakstraf van 200 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, met een proeftijd van twee jaar.
Op 23 april doet de rechtbank een uitspraak in de zaak.


