advertentie
Jaar celstraf voor man die handgranaat meenam naar broer voor ‘advies’
Devendra B. heeft twaalf maanden celstraf gekregen omdat hij met een handgranaat in zijn zak naar de woning van zijn broer ging in Schiedam. De officier van justitie eiste eerder achttien maanden cel, maar de rechter legde een lagere straf op. Volgens de rechtbank nam de verdachte bewust risico’s met een gevaarlijk explosief.
door Mirthe Verhagen
donderdag 16 april 2026 16:28
Devendra B. heeft in de nacht van donderdag 25 op vrijdag 26 december met een handgranaat op zak voor de deur van zijn broer gestaan. Dat gebeurde in Schiedam-Oost aan de Boerhaavelaan. Op donderdag 2 april behandelde de rechtbank de zaak en twee weken later is de definitieve uitspraak gedaan.
De verdachte verklaarde tijdens die zitting dat hij de handgranaat eerder die avond aantrof bij een kelderbox. Hij zei dat hij van plan was het explosief bij de politie in te leveren, maar eerst advies wilde vragen aan zijn broer.
Drinken en 'chillen'
De rechtbank gaat daar niet in mee. Volgens de rechter had Devendra zich direct van de handgranaat moeten distantiëren en meteen de politie moeten inschakelen. “In plaats daarvan bleef hij drinken en 'chillen' en heeft hij, toen hij wegging, de plastic tas met de handgranaat meegenomen en over de openbare weg vervoerd naar de woning van zijn broer”, schrijft de rechtbank in de uitspraak.
Eenmaal aangekomen bij de woning van zijn halfbroer verliep het niet rustig. Devendra zegt zich weinig te herinneren van dat moment, maar uit het politierapport blijkt dat hij hard riep en op de deur sloeg in een dronken toestand. Buren kwamen naar buiten en meldden overlast bij de politie. De rechter noemt het bezit en vervoer van een handgranaat ernstig strafbaar. “Indien hij met zijn handelen de maatschappij had willen beschermen, had hij direct de politie moeten inschakelen”, aldus de rechtbank.
Geen voorwaardelijke straf
De officier van justitie eiste achttien maanden cel. De rechter komt uiteindelijk tot een straf van twaalf maanden. De rechtbank ziet geen reden om een deel daarvan voorwaardelijk op te leggen. “Een deels voorwaardelijke gevangenisstraf ligt niet in de rede”, stelt de rechter. “De verdachte heeft ter terechtzitting duidelijk gemaakt niet te willen meewerken aan bijzondere voorwaarden.”
Met bijzondere voorwaarden bedoelt de rechtbank afspraken zoals begeleiding door de reclassering of verplichte behandeling. Zulke voorwaarden worden vaak opgelegd om herhaling te voorkomen. In dit geval weigert Devendra die hulp. Tijdens de zitting gaf hij aan niet open te staan voor begeleiding vanuit de reclassering. Hij wil wel aan zichzelf werken, maar alleen op zijn eigen manier.


